Historie van landgoed Hoosden

Voor we beginnen met de historie, moeten we eerst vermelden dat er in dit gebied 4 boerderijen, herenhuizen liggen, die zeer belangrijk zijn (geweest):

  1. Kleyn (H)oosten, Klein Hoosden
  2. Groot (H)oosten
  3. Huize Hoosden
  4. Overen

Dit zijn 4 belangrijke gebouwen in het landgoed Hoosden door de eeuwen heen. Overen grenst eigenlijk aan het landgoed Hoosden en heeft deel uitgemaakt van het landgoed, maar heeft wel een eigen status. De hoeven Mortelshof en de Boschberg zijn van veel latere tijd. Deze twee hebben in de loop der tijd meerdere namen gehad.
Mortelshof heette tot 1928 Speelmanshof en van 1923 tot 1958 Spielmanshof. Mortelshof is van de naam vanaf 1958.

Boschberg wordt ook wel Pos(t)berg genoemd (ligt aan de weg Postberg).

Maar eerst een paar opmerkingen vooraf:

·        Waar de benaming (H)oosten vandaan komt is ongewis, maar heeft niets te maken met de ligging t.o.v. Overen. Herenhuis en hoeve Overen liggen namelijk ten noorden van zowel Kleyn- als Groot-Hoosden.

·        Ook heeft het niets te maken met (het werkwoord) hozen van het “overtollige” water uit het broek.

·        Eerder komt het voort uit de ligging hoger dan het Broek op de steilrand

·        Er zijn allerlei namen uit geschriften en landkaarten bekend, zoals: Hossten, Hoesten, Hoesteijn, Hoosten en Hoosden. In de onderstaande tekst gebruiken we steeds het woord Hoosden, terwijl het soms Hoosten zou kunnen zijn.

·        Hetzelfde geldt voor Kleyn Hoosten. Meerdere keren wordt het geschreven als Klein Hoosden of Oosten of Hoosten. We gebruiken de term Kleyn Hoosden

·        Emont van Baerle komt onder meerdere schrijfwijzen ter sprake: Emont of Egmond of Egmonts van Barle of Baerle of Barlo of Baerlo. We gebruiken alleen de naam Emont van Baerle. Hetzelfde geldt voor zijn nazaten.

·        Het landgoed heeft altijd gelegen in het graafschap Gelre, waarbij de Roer de grens is geweest met het Herzogtum Jülich (Gulick)

Landgoed Hoosden

Ligging:

Het huidige Huis Hoosden is een herenhuis met omliggend landgoed in Sint Odiliënberg in de gemeente Roerdalen. Het gebouw is nu niet meer toegankelijk, i.v.m. privébezit. Het landgoed Hoosden is nu een natuurgebied in het Roerdal ten noordwesten van sint Odiliënberg. Het is een gebied dat is ontstaan door het verlanden van een aantal oude Roermeanders. Het gebied wordt gekenmerkt door een afwisseling van broekbossen, bronbossen en vochtige graslanden en is grotendeels begroeid met elzenbossen. Deze zijn dusdanig uniek dat ze door hun oppervlakte en soortensamenstelling zelfs op nationale schaal van belang zijn (natura-2000-gebied). Verder liggen er wilgenbroekbossen en natte hooilanden. Het totale oppervlak van het landgoed is 55 hectare en bestaat voor ongeveer 44 hectare uit bossen. Het complex ligt dus in het Roerdal, met ten noordoosten ervan de kerkberg Sint-Petrus met daarop de basiliek van de H.H. Wiro, Plechelmus en Otgerus (uit de 8e eeuw) en Onze Lieve-Vrouwekapel (uit de 11e eeuw) en ten zuidoosten van de dorpskern sint Odiliënberg. Het landgoed zoals we het nu kennen is gecreëerd door de paters Jezuïeten. De paters hebben Huize Hoosden gebouwd als buitenverblijf. Maar daarvoor lagen in de buurt zowel Kleyn Hoosden als Groot Hoosden.

Historie:

De Gulickerweg, zoals die vroeger gesitueerd was, loopt dwars door het landgoed “Hoosden”. Aan weerszijde van deze weg liggen akkers, weiden, broeken van meerdere eigenaren/huurders. De Gulickerweg is in de loop der tijd rechter getrokken en niet zoals voorheen langs de steilrand van het huidige gebied Hoosden. Het landgoed is vroeger veel groter geweest dan het huidige oppervlak (zie kaart).

De priorij op de kerkberg is geen eigenaar van het landgoed. De kloosterlingen hebben in 1476 alleen goederen op en aan de voet van de kerkberg in bezit (kyrckwech, de hagendoren, de groiten eyckboum en de eyckenboemken aen den kyrchhoff, dit volgens een artikel van Zr. Hereswitha: De priorij van de reguliere kanunniken enz. in: Augustiniana, XXII, 1971).

In hetzelfde artikel staat dat de begrenzing van Egmonts erve van Barle tegen de kerkberg ligt  en niet het landgoed Overen. Het is een overeenkomt tussen de gemeente en het klooster (closter ynd bergh).

Groot Hoosden en Klein Hoosden:

Een van de eerste vermeldingen van Groot en Kleyn Hoosden stamt uit 1551. In het cijnsregister van dat jaar komt een zekere Johan van Elmpt voor, die voor zijn hoeve Groot Hoosden, wordt aangeslagen voor 7 stuivers, 8 hoenders en 2½ malder haver. Zijn kleinkinderen stemmen in 1615 in  met de verkoop om de grond te verkopen aan de paters Jezuïeten.

Emont van Baerle betaalt voor zijn boerderij Kleyn Hoosden aan cijns, 4 vat haver.

Groot Hoosden

Tegen het einde van de 16e eeuw blijkt het goed Groot Hoosden te zijn opgedeeld over meerdere eigenaren. Jan en Aret van Elmpt te Dordrecht, Reinier Goltstein en Derick van Leeuwen.

Willem van Elmpt (broer van Jan van Elmpt) hebben in 1598 een stuk land aan het Broek, gelegen tussen de Hoosder boomgaard en het land van Reiner Goltstein. Deze akker is al 25 verpacht aan het echtpaar Klompen uit Lerop. Nijs van Haeren en zijn vrouw kopen in 1616 meerdere percelen land op Hoosden van Jan en Aret van Elmpt. De grootte is bijna 12 morgen groot (dus amper 4 ha): 6 morgen op het Konijnenbos aan de Montforterweg, 2 kleine stukken tussen het Broek en de Hoosderweg, 3 morgen in het Hoosderveld. Verder een huisplaats en boomgaard, 3 vierdel (±25 are) groot en gelegen aan de Maxsteeg tegen de huisplaats van Derick van Leeuwen en het bakhuis van Reiner Goltstein. Dus het huis Groot Hoosden bestaat niet meer en er is alleen nog maar een (gedeelde) huisplaats. Dit stuk grenst aan de grond van juffrouw van Baerle, zij woont op Klein Hoosden. Reiner Goltstein is mede-eigenaar van Groot Hoosden en via Jacob Geens, echtpaar Tilman Woestingh en Elisabeth van der Donck (oktober 1642 gekocht voor 90 rijksdaalders per morgen), komt het in handen van de Jezuïeten.

Groot Hoosden bestaat nu niet meer, maar heeft gelegen langs het huidige fietspad richting Linne op een grasveld achter het bos op de steilrand, dus vroeger tussen de Maxsteeg en de Brachterweg (zie kaart).

Kleyn Hoosden

De eerste vermelding van het landgoed Hoosden is in 1510 en wordt in die tijd Hoesteijn genoemd. Dit landgoed stamt waarschijnlijk uit de middeleeuwen. Fraaie lanen doorsnijden het landgoed.

In 1551 woont in eigendom er Emont van Baerle op Kleyn Hoosden. (een aanzienlijke familie van Baerle-Kriekenbeek (of Kriekenbeek-van Baerle)). De akkers liggen op het hoger gelegen terras. De rest is moeras, broek en slechte weidegrond.

Het ligt op een hooggelegen stuk grond en is omzoomd door loofbossen.

Vanaf de 16e eeuw is Hoosden een boerenbedrijf, dat verpacht wordt.

Het huis Overen (nu een herenhuis en boerderij aan de Leroperweg gelegen; op oude landkaarten beschreven als Hoverenbol) hebben ze ook in bezit. De beide bezittingen blijven tot in de 17e eeuw in bezit van de familie.  

Joffer Anna van Baerle Kriekenbeek (geboren in Roermond 19.11.1557), de ongehuwde dochter van Emont van Baerle Kriekenbeek (of Kriekenbeek van Baerle) (heer van Overen, Berckt en Roesdonk) en Agnes van Eyl, besluit op 80-jarige leeftijd, in 1637, haar bezit “Kleyn Oosten” aan de paters van het Jezuïetencollege te Roermond te schenken. Wel onder voorwaarde dat de paters haar onderhouden.

Ook het gebouw Kleyn Hoosden bestaat tegenwoordig niet meer (afgebroken/verdwenen in de 17e eeuw). De boerderij heeft naar aller waarschijnlijkheid gelegen op het terras van de steilrand ongeveer op het einde van de Dijkweg (Post(er)berg). Nabij de huidige boerderij Boschberg. (RHCL: archief jezuïeten te Roermond, portefeuille 3042, omslag 4.¹)

…vort naer de Konijnenberch op’t eynde van welcke staet een pael steek in’t gert, den welck wijst op’t brouck, hoe veer ‘n wyet nymant. De paal die als richtpunt wordt aangegeven, stond op het eind van de Konijnenberg.

Jezuïeten

Het Hoosderveld is rond 1600 kleiner in omvang dan nu. De benaming Hoosters-heggen duidt op de begrenzing van het akkerland met de Bergerheide aan de Montforterweg. En de Konijnenberg of -bos is het akkerland achter de Hagelkruis (eind 17e eeuw). De Jezuïeten houden zich bezig op last van de 1e bisschop van Roermond (Lindanus) met onderwijs. De paters weten door koop (o.a. Groot Hoosden) en ruil hun nieuwe bezit uit te vergroten; een gebied tussen het dorp Berg en het leen Overen. Nadat de gronden, waar de 1e steenovens hebben gestaan, van jonker Hanselaer, de 3e echtgenoot van Anna van der Horst van Klein Paerlo (Peter Geuskens: “Minori Paerlen” een twistappel in de zeventiende eeuw in Roerstreek ’86 blz. 70 e.v.) zijn aangekocht, kan in het najaar van 1663 met de bouw van het nieuwe huis op een centralere plek (halverwege de Konijnenberg) een feit. Daarnaast wordt ook een boerderij voor de pacht gebouwd. In 1737 bouwen de Jezuïeten Hoosden om tot een bescheiden buitenverblijf, dat puur voor de ontspanning, studie en meditatie is. Voor deze verbouwing wordt een aparte steenoven gebouwd. Het complex dat hierbij ontstaat, wordt in carrévorm gebouwd (inclusief de bouwhoeve en behuizing voor de pachters). Op een plattegrond uit 1743 is te zien dat aan de oostkant ook nog een langgerekt gebouw staat. Dit langgerekte gebouw is op tranchotkaarten (begin 19e eeuw) niet meer terug te vinden. In latere tijd hebben er nog grondige verbouwingen plaats gevonden. Het huidige herenhuis is aanvankelijk gepland als een schop om de turf op te slaan en als schaapskooi. Door landverbetering en ontginning (moerassige grond te cultiveren) door de Jezuïeten worden de opbrengsten van het landgoed verhoogd. Dit gebeurt enerzijds door het verbeteren van het agrarisch gebruik en anderzijds door het ontginnen van nieuwe stukken land. In 1772 wordt wederom een steenoven bij het complex gebouwd om de gebouwen uit te breiden, c.q. te verbouwen. Tot deze (ver)bouw komt het echter niet, omdat de Jezuïetenorde in 1773 opgeheven wordt. Dit gebeurt op last van paus Clemens XIV. Dit op aandringen van de koningen van Frankrijk, Spanje en Portugal. Na deze opheffing wordt het landgoed een domein van het Staatse drostambt Montfort eigendom van het huis Oranje-Nassau (Dr. E.Roebroeck, Het Land Van Montfort, blz. 139 e.v.).

Schepen Heyligers

Nadat de Jezuïeten gedwongen zijn, om Hoosden te verlaten, koopt Dirck Heyligers (1723-1807) het landgoed. Hij is opgeklommen van timmerman tot “bouwmeester”. Hij is rentmeester geweest van de goederen van de ex-jezuïeten (RHCL, Frans Archief inv.nr. 1850). Hij verdient zoveel geld dat hij geregeld aan mensen in de omtrek hypotheken verstrekt. Hij vergaart akkers, van zowel mensen in de buurt als van het grondbezit van de Prins van Oranje. De stadhouder heeft het goed in een overdracht, gesloten in het kasteel Montfort in 1769, overgenomen van koning Frederik II van Pruissen. Van advocaat Slicher koopt hij meerdere percelen, die deel uitmaakten van het goed Groot Hoosden. Dirck Heyligers legt een grondboek aan, waarin hij gedetailleerd al zijn bezittingen in kaart brengt (Register van bezittingen van D. Heyligers, particulier bezit. De heemkundevereniging Roestreek beschikt over een fotokopie van dit boek.). In het dorp wordt wel beweerd, dat de schepen overal de hand in had: “Niets is lang of Heyligers heeft er de hand aan”. Een groot deel van zijn grondbezit is gelegen aan de Montforter- en Brachterweg. Maar ook stukken van de Gulickerweg komen op die kaartjes voor. Deze tekeningen geven de eerste aanwijzingen om de oorspronkelijke route van de doorgaande weg nader te traceren. De beschrijving van enkele percelen land op het landgoed Hoosden en grenzend aan deze weg, geven daarop nog eens een bevestiging. Hier heeft zeker tot begin 17e eeuw Groot Hoosden gestaan. Zijn 4e zoon, landmeter en rentmeester Peter Franciscus Heijligers (1758-1836) trekt in 1788 het goed “in Oosten” in, samen met zijn vrouw Agnes Stams. Peter heeft zich bekwaamd in de franse taal, tekenkunst en landmeterij (1776-1777 en 1778).

Franse tijd

Op 9 thermidor van het jaar 6 (de toen geldende Franse jaartelling; omgerekend is dit 27 juli 1798) vindt er een veiling plaats en komt uiteindelijk het gebied voor 476.000 francs in handen van burger Pierre Francois Heyligers. Dit kost het huis en 8 bunder land. Bijna 1 jaar later verwerft Heyligers het hele goed Hoosden. De goederen van de voormalige jezuïeten staan in 1804 op zijn naam, behalve de Weytencamp en de akker “14 morgen” (huidige wijk in sint Odiliënberg)

Van den Broeck

De geboortige Maastrichtenaar Jean Joseph Leonard van den Broeck heeft in het Franse leger snel carrière gemaakt (lees alle bevordering hieronder) en trouwt in 1814 in Vlodrop met Ida Maria Janssens (weduwe van Charles de Leissègues). Zij kopen het geboortehuis van P.F. Heyligers in sint Odiliënberg (toeval?), maar trekken niet in, aangezien dit beneden de stand van Ida is (haar broer bezit namelijk het buitengoed Ravenburg in de Linnerweerd). Dus valt haar oog op het landgoed Hoosden. Zo ontstaat een situatie waarbij Heyligers, als huurder, in zijn geboortehuis intrekt en het gezin van den Broeck zich vestigt op Hoosden (zie bevolkingsregister uit 1816). Vanaf 1814 betaalt ridder Jan van den Broeck meerdere malen grote sommen geld aan Heyligers om mogelijk schulden af te lossen. In januari 1819 van dat jaar vindt tussen beide partijen namelijk een erfmangel plaats, een ruil van onroerend goed. Daarbij verwerft dan generaal Van den Broeck het definitieve bezit van Hoosden met de behuizingen, stallen, schuren, gebouwen, moeshoven, boomgaarden, akker- en weilanden, moerassen, houtgewas en onvruchtbare gronden, ter grootte van 71 ha of 80 bunders, met inbegrip van de Weijtenkamp. (Rijksarchief Hasselt, inventaris 4037, notaris Schoolmeesters, Maaseik, dd. 27-1-1819, aktenr. 34.). Op de “toren” staat een dakruitertje uit het begin van de 19e eeuw. De hazewind komt uit het familiewapen van de Janssens.

Omstreeks 1835 sticht hij een nieuwe pachthoeve de Posberg (Postberg, Boschberg). De dochter van zijn vrouw, Ida Janssen, uit een eerder huwelijk, Charlotte de Leissègues, erft het landgoed. Zij is gehuwd met Herman Geradts. Telgen uit de Roermondse magistratenfamilie Geradts. Zij blijven lang de eigenaar van het landgoed. Het complex wordt in de loop van de 19e eeuw gewijzigd door de kopers van het geconfisqueerde goed, waarbij de vleugel aan de oostzijde en de gebouwen in het westen tegenover het hoofdgebouw wordt afgebroken. Haaks op het landhuis werden twee dienstgebouwen geplaatst. Eén daarvan lag direct tegen het huis aan, het andere stond los.

Vlak voor het einde van WOII is de pachthoeve dusdanig beschadigd dat van herbouw wordt afgezien. In plaats hiervan komt er een muur met toegangshek en deze staat er nog steeds.

Na het overlijden van de 100-jarige Suzanne Geradts-Regout (kleindochter van de Maastrichtse fabrikant Jules Regout) in 2004, werd het familiebezit verkocht.

Na de WOII zijn in het dal ten westen van het huis Hoosden volkstuintjes geweest.

Het huidige gebouw is dus uit de 18e eeuw en uit een boerderij ontstaan.

Op het landgoed bevindt zich een hagelkruis (zie kaart).

Huize Overen

Langs de Leropperweg van sint Odilienberg richting het gehucht Lerop ligt op een verhoging langs het Roerdal het eeuwenoude landgoed Overen. Op oude landkaarten staat dit landgoed vermeld onder de naam Hoverbol en Oeveren. Tot in de 17e eeuw is het in bezit van de fam. van Baerle Kriekenbeek. Nu bestaat het uit een herenhuis, met op korte afstand een grote boerderij. De huidige gebouwen zijn in de 18e eeuw gebouwd. Het landgoed behoort tot een der oudste landgoederen in deze streek.

Op 28 december 1297 wordt “Overho” voor het eerst in een akte vermeld. Hierin verklaren de monniken van sint Odiliënberg, dat pastoor van Wessem, wijlen Theodorus Lebbroc, de tienden van Overen heeft gegeven aan het altaar van de Heilige Maria Magdalena van sint Odiliënberg.

In 1326 verheft Godefridus van Utewic (Godefridus van Overen) het leengoed Overen aan het feodale hof van Gelre.

In 1418 is Guillaume van Baerle (Kriekbeek) eigenaar van Overen en huwt met Elisabeth van Paerlo. Hun zoon heet Emont van Baerle Kriekenbeek (zie Kleyn Hoosden).  

Een akte uit 17 maart 1438 wordt geschreven over een “die woeste Schuyre”. En zo’n honderd jaar later wordt over “wuester schuyre thoe Averen” geschreven. De “wueste schuyre” is naar aller waarschijnlijkheid gelegen op de plek waar nu de hoeve Overen ligt, en het herengoed, het witte woongedeelte met hardstenen venster-omlijstingen.

Maria Kapelletje

In het bos richting Linnerheide (aan de “de Dreeft”/”Berkenallee” gelegen) ligt ten westen van Overen het kapelletje.

Voor de oorsprong van het kapelletje moeten we terug in de tijd, en wel tot het jaar 1848. Toentertijd hebben rondtrekken benden Kozakken (zo worden deze groepen genoemd) de buurt al rovend en plunderend vanuit Duitsland onveilig gemaakt. Een aantal jaren later komen deze benden weer terug vanuit het zuiden. De bevolking is nu echter gewaarschuwd en veel waardevolle schatten worden begraven. De kerkschatten van St. Odiliënberg worden hier in een bos bij Overen begraven.

Als dank voor de bescherming, wordt enkele jaren later op deze plaats een Mariakapel gebouwd. Of dit verhaal waar is, is niet duidelijk. Het is lange tijd van generatie op generatie doorvertelt. Wel is het zo dat de familie D’Alcantara dit kapelletje in 1847 hebben gebouwd. Deze familie is eigenaar van de hoeve Overen. Het kapelletje is gebouwd van veldbrandstenen en meet 2,7m hoog en 1,4 m breed.

In het begin van de 20e eeuw is de familie Berger uit Den Haag eigenaar van het landgoed. In 1943 plaatsen zij een Maria-beeld in het kapelletje. Dit beeld is helaas op 17.04.1978 gestolen en nooit meer teruggevonden.

Na WOII wordt het kapelletje gerestaureerd en worden er nieuwe stenen bij geplaatst, met de namen van hun zonen, die in WOII als marineofficier zijn gesneuveld.

De put Lerop heeft dit kapelletje onder haar hoede genomen.

Verklarende woordenlijst:

Brachterweg:     weg, die ten zuiden van Groot Hoosden is gelegen. Nu een fietspad (zie kaart)

Broek:                  drassig land

Broekbos:           bos op een drassige bodem, vaak met elzen-, berken- en wilgenbomen

Bunder:               oppervlaktemaat van 10.000m² (=1ha)

Cijns:                    soort belasting meestal in natura

Cijnsheffer:         degene die bijhoudt wie wat aan cijns moet betalen en betaald heeft

Cijnsregister:      soort belastingregister waarin werd bijgehouden door de cijnsheffer wie wat aan cijns moest betalen en betaald heeft

Dijkweg:              weg, die loopt van de weg tussen de Leropperweg en Huize Hoosden en de boerderij Boschberg; ook wel Postbergweg genoemd

Gulickerweg:      weg die van de voorstad Sint Jacob in Roermond over Gelders gebied naar het toen Gulickse Sittard. Het is een oud Romeinstraject en een afsplitsing van de weg Heerlen-Xanten. De westzijde van de Roer behoorde tot het hertogdom Gelre en de oostzijde tot het hertogdom Gulik (Herzogtum Jülich)

Hagelkruis:         wegkruis ter bescherming tegen boze geesten, o.a. opdat gewassen niet beschadigd worden door hagel (zie kaart, ten zuiden van Huize Hoosden))

Joffer:                  deftige betiteling van juffrouw

Konijnenberg:    “plateau” aan de zuidrand van het gebied Hoosden, waarop het huidige Huize Hoosden is gelegen

Kop:                     een oude inhoudsmaat, zie malder

Malder:               een inhoudsmaat die per streek kon variëren; 1 malder = 6 vat = 24 kop

Maxsteeg:          weg, die ten noorden van Groot Hoosden heeft gelegen (zie kaart)

Morgen:              oppervlaktemaat van iets minder dan 10.000m²; maar de grootte kan regionaal verschillen

14-morgengebied is en woonwijk in St. Odiliënberg ten zuiden van het huidige Huize Hoosden

Rentmeester:     beheerder van de financiën van toentertijd de Jezuïeten

Stuiver:                oude munt

Thermidor:         warmtemaand; de 11e maand in de Franse Revolutionaire jaartelling

Vat:                      een oude inhoudsmaat, zie malder

Vierdel:                ¼ morgen

 

¹ RHCL: archief jezuïeten te Roermond, portefeuille 3042, omslag 4.

Daarop staat ook “ons huis” ingetekend. Verdere richtpunten zijn o.a. de kerk, het huis Overen en de loop van de oude Gulickerweg. Verder staan er enkele afstanden aangegeven, gemeten in roeden. Makkelijker dan met woorden te beschrijven, is het om de gegevens van de schetstekeningen op een meer betrouwbare kaart over te brengen.

De paal die als richtpunt wordt aangegeven, stond op het eind van de Konijnenberg. (…vort naer de Konijnenberch op’t eynde van welcke staet een pael steek in’t gert, den welck wijst op’t brouck, hoe veer ‘n wyet nymant.) Een duidelijker aanwijzing hebben we niet meer nodig om de ligging van het huis Klein Hoosden te kunnen bepalen.

Het volgende bijschrift op het schetskaartje vermeldt verder over de broekgrond tussen de paal en het huis: behoort aan meer personen toe, die daarop recht hebben; het is heel diep en moeilijk tot iets goeds te maken.

 

Literatuurlijst:

  • Roerstreek ’71 (uitgave 3), blz. 23-26
  • Roerstreek ’72 (uitgave 4), blz. 18-27
  • Roerstreek ’73 (uitgave 5), blz. 15-17
  • Jan Ruiten:
    • Op Zoek Naar Groot En Klein Hoosden (26.02.2012)
    • Het Landgoed Hoosden, van kloostergoed tot buitenhuis 1773-1819 (04.02.2012)
    • Gulickerweg (18.03.2012)
  • Stichting buurthuis Lerop: Kruisen en Kapellen (2014)
  • Wikipedia